Algemeen

Vroeger stonden in en om Rotterdam veel molens. Rond 1900 moeten er vanuit De Ster meer dan 150 molens zichtbaar geweest zijn. Ten noordwesten stonden meer dan 70 grote molens die de polders langs de Rotte drooghielden en in de richting van het centrum stonden de stadskorenmolens. Verder stonden direct aan de Kralingse Plas nog een aantal molens. Van deze molens zijn er maar een klein aantal over.

Hioolen

De Ster en De Lelie zijn meer dan een eeuw in eigendom geweest van de familie Hioolen. In 1803 koopt Isaac Hioolen een snuifmolen met huis en pakhuis aan de Korte Kade. Daarna zijn de Hioolens vier opeenvolgende generaties eigenaars van de molens geweest.

Als Isaac Hioolen in 1838 overlijdt laat hij aan zijn zoons, Alexander en Willem, de inmiddels gebouwde korenmolen De Nieuwe Star en snuifmolen De Lelie na. In 1845 laten de Gebroeders Hioolen nog koren- en snuifmolen De Ceres bouwen. In 1859 kopen zij een vierde molen, snuifmolen De Stier in Rijswijk.

Korte Kade De molens van Hioolen vanuit het noorden gezien. Van links naar rechts: De Ceres, De Ster, De Lelie

In 1885 komt het bedrijf in handen van Isaac Alexander Hioolen, de zoon van Willem Hioolen. Volgens het testament van Willem Hioolen is de totale waarde van zijn bezittingen dan 76.000 gulden. Een enorm bedrag in die tijd. In 1911 komt ook de zoon van Isaac Alexander Hioolen, Willem Hioolen in het bedrijf. In 1916 worden de molens onteigend door de gemeente Rotterdam. De familie Hioolen vertrekt daarop naar Wageningen.

De Ceres

De Gebr. Hioolen lieten in 1845 De Ceres bouwen als koren- en snuifmolen. Nadat De Ster in 1866 werd herbouwd als snuifmolen werd de Ceres alleen nog als korenmolen gebruikt.

Korte Kade De Plaszoom gezien vanaf de Kralingse Plaslaan Van links naar rechts: De Lelie, De Ster, stoommeelfabriek De Ceres

In 1871 verbrandde De Ceres tijdens een onweersbui. Op de stenen voet van de molen werden drie extra verdiepingen gezet en de molen werd ingericht als bloemfabriek aangedreven door een stoommachine. Rond 1900 werd de productie van bloem gestaakt omdat de concurrentie van goedkope Amerikaanse importbloem te groot werd. Het gebouw bleef staan tot het in 1920 afbrandde.

De Ster

De eerste vermelding van De Ster is in een testament uit 1830. De molen is dan in gebruik als korenmolen en heet De Nieuwe Star, later De Ster genoemd. In 1865 brandt De Ster af. Met onderdelen van de Rijswijkse snuifmolen De Stier werd De Ster herbouwd en werd ingericht als snuif en specerijenmolen. De molen bleef zo in bedrijf tot De Ster in 1962 weer afbrandde. De molen werd daarna opnieuw herbouwd en sindsdien gebruikt als werkend museum. De Ster De Ster in de jaren 20 van de vorige eeuw.

De Lelie

De Lelie is ouder dan De Ster, het precieze bouwjaar is onbekend, de eerste vermelding dateert van 1777. Volgens overlevering stond de molen eerst nog bij het Laantje van Nooitgedacht ongeveer 1 kilometer van de huidige standplaats. De molen hoorde toen bij de Kralingse katoendrukkerij Non Plus Ultra en werd gebruikt bij het wassen van katoen. De molen heette toen De Ezel.

De Lelie De Lelie met op de achtergrond De Ster.